Ru van Marle

Ru van Marle (1832-1906) stamde uit een familie die aan het eind van de 18de eeuw te Deventer tot aanzien kwam. Zijn vader was er notaris, zijn vaderlijke grootvader onder meer burgemeester. Het welvarende gezin waarin Ru opgroeide woonde 's winters op de Nieuwe Markt, ‘s zomers op de (Grote) Noordijk tussen Twello en Wilp. Ru studeerde naar familietraditie rechten aan het Athenaeum te Deventer en de universiteiten te Utrecht en Leiden en promoveerde aan laatstgenoemde instelling in 1856. Kort daarop volgde zijn benoeming tot substituut-griffier aan de rechtbank te Deventer en al in 1865 tot burgemeester van de stad. Hij was al burgemeester op 32-jarige leeftijd en beschikte toen nauwelijks over politieke of gemeentelijke ervaring. Eerst achteraf kon worden vastgesteld, hoe gelukkig deze ‘kredietbenoeming’ is geweest. Van Marle, tot dusverre de laatste geboren Deventenaar die het gemeentebestuur leidde, was een patriarchale burgervader: een heer van stand met een natuurlijk gezag, die het plaatselijk dialect foutloos beheerste en die de stad en haar inwoners uitzonderlijk goed kende. Hij was een man die consensus zocht en tegenstellingen wilde overbruggen.

Hoewel lid van de conservatief-liberale kiesvereniging ‘Vrijheid en Orde’ toonde de burgemeester zich geen partijman. In zijn tijd werden de grondslagen gelegd voor Deventer als industriestad. Die ontwikkeling noopte tot het ontmantelen van de vesting, het uitbreiden van de bebouwing, het verbeteren van de verbindingen en in verband met dat alles het uitbreiden van de bemoeienissen van het gemeentebestuur. Daarop sloten het moderniseren van de regeling voor het gebruik van de stadsweiden door de grootburgers, het herstructureren van het onderwijs en van de oude weldadige instellingen aan. Deze en vele andere zaken nam de burgemeester met voortvarendheid ter hand. Hij wist van aanpakken en aarzelde niet om impopulaire maatregelen te nemen. Dat hij in zijn dadendrang het opruimen van de vestingwerken naar later inzicht te drastisch uitvoerde, zodat fraaie monumenten werden gesloopt, blijft te betreuren.

Op zijn vijftigste, in 1882, nam de burgemeester afscheid. Van Marle werd kantonrechter en zou dat tot 1895 blijven. Ook werd hij lid van de gemeenteraad, van de Staten van Overijssel en van de Eerste Kamer. ‘s Winters woonde hij met zijn gezin in het prachtige huis Polstraat 18, ‘s zomers op het landgoed Het Schol onder Wilp.